Het alternatief voor stemmen

Elke discussie over stemmen zou in beginsel over de religieuze legitimering moeten gaan. Daar schuilt immers het gevaar. Maar laten we deze kwestie dit keer eens vanuit een praktische invalshoek bekijken. Want telkens wanneer iemand theologische argumenten aandraagt om stemmen af te raden, reageert men met de vraag wat het alternatief dan zou moeten zijn. ‘Zien jullie niet dat rechtse partijen in opmars zijn en de Islam bestreden wordt’, klinkt het in pro-stemmen kringen. Moeten we dan met de handen over elkaar gaan zitten wachten tot ze onze moskeeën hebben gesloten? ‘Haast je op 21 maart naar het stemhokje’, roept men van de preekgestoelten. Want stemmen is de oplossing voor onze problemen.  

Is dat zo? Welk praktisch doel wordt daarmee bereikt? Waarom kan niemand van de voorstanders van stemmen inzichtelijk maken welk praktisch voordeel de moslims dan zullen behalen door te participeren in democratische verkiezingen? Zij kunnen dat niet omdat dat voordeel er gewoonweg niet is. Tenzij je die enkele stageplekken die islamitische raadsleden voor moslimpubers regelen als ‘voordeel’ beschouwt.


In de wetgevende organen die een democratie kent draait het om de macht van de meerderheid. Een piepkleine minderheidsgroep zal zijn belangen nooit kunnen behartigen in dat systeem. Zeker niet als de rest van de deelnemers vijandig is jegens die groep en zijn uiterste best doet om hen dwars te zitten. 


Zie hoe DENK de afgelopen dagen in de Tweede Kamer tevergeefs geprobeerd heeft debatten aan te vragen over de beveiliging van moskeeën, het lot van de Rohingya in Myanmar en discriminatie in de samenleving. Niemand had interesse. Zelfs partijen die dit soort onderwerpen doorgaans zelf agenderen, lieten de fractieleden van DENK in hun hemdje staan. Als je niet eens in staat bent een debat af te dwingen, denk je dan dat je wetten kunt tegenhouden die schadelijk zijn voor moslims, of wetten kunt maken die voordeel opleveren voor hen?

"Minderheidsgroepen die te maken hebben met geïnstitutionaliseerde uitsluiting en tegenwerking van de overheid, zullen hun belangen niet kunnen verdedigen door te participeren in diezelfde instituties die hen bestrijden".


Een minderheidsgroep verdedigt zijn rechten niet door te participeren in een bestaand politiek systeem. In zo’n systeem zal je als minifractie in een gefragmenteerde partijenstelsel geen enkele invloed kunnen uitoefenen. 

Ja, je kunt met drie zetels regelmatig plaatsnemen achter de interruptiemicrofoon en met strakke oneliners Wilders en Rutte voor paal zetten. En ja, je mag zo nu en dan tijdens plenaire vergaderingen plaatsnemen achter de centrale spreektafel om je gal te spuwen op de kopstukken van rechtse partijen. En, moet ik je meegeven, verstandig om de hoogtepunten van dat betoog dan vervolgens op facebook te plaatsen en je achterban de indruk te geven dat je voor ze aan het strijden bent. Maar welk praktisch voordeel levert dat de moslims op?

Minderheidsgroepen die te maken hebben met geïnstitutionaliseerde uitsluiting en tegenwerking van de overheid, zullen hun belangen niet kunnen verdedigen door te participeren in diezelfde instituties die hen bestrijden. Voor minderheidsgroepen die door de overheid worden tegengewerkt, is er maar één manier om je belangen te verdedigen: de barricades opgaan.


De moslimgemeenschap telt een miljoen leden. Wanneer deze kwantitatieve capaciteit wordt gemobiliseerd om de straat op te gaan en te ageren tegen anti-islamwetten, zal dit beduidend meer effect hebben dan constant ministers interrumperen tijdens het vragenuurtje. Wanneer de politiek bijvoorbeeld een wet dreigt door te drukken die de moslimvrouw verplicht om haar Hidjaab af te doen, dan kun je natuurlijk met je driemansfractie tegen stemmen in de kamer. Je kunt ook met honderdduizend man op de Dam gaan bivakkeren en eisen dat de wet wordt teruggedraaid. Met dezelfde honderdduizend man kan je de toegang tot het Binnenhof blokkeren. Je kunt spoor- en snelwegen blokkeren en het land ontregelen. 

Het nieuws van deze massale betoging zal de wereld over gaan en de internationale pers zal aanwezig zijn om onze boodschap de wereld in te sturen. De overheid zal onder druk komen te staan en in verlegenheid gebracht worden ten opzichte van andere naties. Ondertussen gaat een delegatie afgevaardigden namens de moslimgemeenschap onderhandelen met de overheid. Als die laatste over de brug komt, gaan we met z’n allen weer naar huis.


Je hoeft dit maar één keer te doen, en de overheid realiseert zich dat de moslimgemeenschap een factor is om rekening mee te houden. Hierna zullen afgevaardigden van de moslimgemeenschap definitief aan de onderhandeltafel zitten, met de mobilisatiekracht van moslims als hun sterkste wapen. Dit is de manier waarop minderheidsgroepen beleid kunnen beïnvloeden. En dit is traditiegetrouw de manier waarop onderdrukte groepen in Nederland voor hun rechten hebben gestreden. 

Zie de strijd die de arbeiders en de vrouwenbeweging hebben moeten leveren. Beiden hebben zij buiten de politieke arena om hun stem laten gelden door actie te voeren, totdat de gevestigde politiek gedwongen werd hun rechten te respecteren. De vakbonden zijn decennialang op deze manier te werk gegaan. Mede daarom mogen zij aanschuiven aan de onderhandeltafel om mee te beslissen over zaken die hun achterban aangaan.


Als moslims zich van dezelfde middelen gaan bedienen als de voorgenoemde groepen, zullen zij daarmee in een lange Nederlandse traditie gaan staan. De barricades opgaan is zo Nederlands als kaas en klompen zijn. We zullen met deze werkwijze dus ook aantonen dat de integratie van moslims volkomen is geslaagd.


Maar actievoeren vereist leiders met lef. Leiders die bereid zijn op de voorgrond te treden om de onrechtplegers met hun onrecht te confronteren. Leiders die bereid zijn hun carrière op te geven ten bate van het welzijn van de gemeenschap. Leiders die niet bang zijn om door het slijk gehaald te worden in de media. Het vereist offers. 

We zullen uit de comfortzone moeten treden om ons op te stellen in de frontlinie waar de klappen vallen. Je zal paginagroot in de krant verschijnen met hitsige koppen boven jouw foto. Je zal je baan verliezen en te boek staan als een oproerkraaier. Het aantal Google hits die jouw naam in verband brengen met allerlei misdaden zal enorm zijn. Maar wie honing wil moet tegen bijensteken kunnen.


Vooralsnog kiest men de makkelijke weg. Roep ze eens per vier jaar op hun stem uit te brengen, en doe ze geloven dat de onderdrukte en gemarginaliseerde moslimgemeenschap daarmee voordeel behaalt. Onderhoud ondertussen warme banden met lokale overheden om de belangen van je eigen stichting of moskee veilig te stellen. En doe in de tussentijd vooral niks concreets om de maatschappelijke positie van de moslimgemeenschap te versterken. Over vier jaar mag je toch weer stemmen.

 

 Abou Hafs