Islamitisch Huwelijk vs Burgerlijk Huwelijk

Door: Fawaz Jneid

 

Het islamitisch huwelijk verschilt zowel procedureel alsook inhoudelijk van de burgerlijk huwelijk. En wel om de volgende redenen:


1. In de Islam is het enkel mogelijk om een huwelijksakte te sluiten tussen een man en vrouw die islamitisch gezien het huwelijk met elkaar mogen aangaan. In de diverse burgerlijke wetboeken in de islamitische landen zijn dan ook de volgende bepalingen opgenomen:


“Het huwelijk is een verbintenis tussen man en vrouw die islamitisch gezien met elkaar het huwelijk mogen aangaan, met als doel samen het leven te delen en nakomelingen te krijgen,” aldus het Irakese wetboek. “Het huwelijk is een verbintenis tussen man en vrouw die islamitisch gezien met elkaar het huwelijk mogen aangaan, met als doel samen het leven te delen en nakomelingen te krijgen,” aldus het Syrische wetboek. “Het huwelijk is een duurzame verbintenis, die islamitisch van aard is, tussen man en vrouw, met wederzijdse instemming, en die als doel heeft de kuisheid te bewaken en het stichten van een stabiel gezin, onder de leiding van de echtgenoten, in overeenstemming met de bepalingen van dit wetboek,” aldus het Marokkaanse wetboek.


Volgens het burgerlijk wetboek (in Nederland) is het daarentegen mogelijk dat een burgerlijk huwelijk twee mannen of vrouwen wordt aangegaan, zoals blijkt uit de volgende wetsartikelen:

Het huwelijk Algemene bepaling Artikel 30:

1. Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van gelijk geslacht. Tevens kan een burgerlijk huwelijk enkel gesloten worden door een ambtenaar die hiertoe gemachtigd is:


2. Het islamitisch huwelijk is voorgeschreven om de intieme/sexuele relatie tussen man en vrouw toegestaan te maken. Allah de Verhevene heeft gezegd (interpretatie van de betekenis): “En degenen die over hun geslachtsdelen (d.w.z. kuisheid) waken. Behalve tegenover hun echtgenotes of (tegenover datgene) wat hun rechterhand bezit (d.w.z. hun slavinnen). Voorzeker, hen treft dan geen blaam. Maar wie iets anders buiten dan (nastreeft), zij zijn dan de overtreders.” [Hoofdstuk De Gelovigen, vers 5-7].


Tevens blijkt het voorgaande uit de woorden van de erkende islamitische geleerden van de diverse wetscholen. De geleerden van de Hanafitische wetschool definiëren het huwelijk als: “Een contract dat opgesteld is om een seksuele relatie een vrouw toe te staan.” Ibn ‘Arafah van de Malikitische wetschool vermeldt: “Het huwelijk is een contract ten behoeve van het onderhouden van een seksuele relatie met een vrouw.” De geleerden van de Shafi’itische wetschool vermelden: “Het huwelijk is een contract dat afgesloten wordt met de woorden ‘ik trouw/huw jou..’ of woorden die hierop lijken en die het ondermeer toestaat om geslachtsgemeenschap te hebben.”Al Qaadie Aboe al-Hosayn Hanbalitische wetschool zegt in al-Foeroe’: “Volgens is het wetschool is het zo dat het huwelijkscontract ondermeer betekent dat men een seksuele relatie met elkaar mag hebben.”


Daarentegen is het volgens het burgerlijk huwelijk toegestaan dat een man en een vrouw, dan wel twee mensen van hetzelfde geslacht, geslachtsgemeenschap met elkaar hebben, zelfs al zijn zij geen huwelijk aangegaan, zolang dit gebeurd met wederzijdse instemming en zij beiden de wettelijke leeftijd van volwassenheid hebben bereikt. Daarnaast is het volgens het burgerlijk wetboek een misdrijf om de partner te dwingen tot geslachtsgemeenschap of intiem contact, zelfs al zijn zij getrouwd.

 

Het totstand komen van de huwelijksakte
Alle islamitische geleerden zijn het erover eens dat de voogd in eerste instantie de vader is. Enkel in afwezigheid van de voogd, ten gevolge van overlijden, vermissing of een andere reden, gaat de voogdij over naar iemand anders. Er is sprake van een correct islamitisch huwelijkscontract op het moment dat de voogd de persoon die onder zijn voogdij valt uithuwt, met haar instemming, aan een moslimman, ten overstaan van twee moslimgetuigen, middels duidelijke bewoordingen.  Het is geenszins een voorwaarde dat de huwelijksakte wordt afgesloten ten overstaan van een imam of een andere persoon met een officiële religieuze functie, zoals het ook geen voorwaarde is dat de huwelijksakte schriftelijk wordt vastgelegd. Het schriftelijk bevestigen van de huwelijksakte dient slechts het waarborgen van de wederzijdse rechten en plichten van de echtgenoten en zorgt ervoor dat de kinderen die voortkomen uit het huwelijk aan hen toegeschreven kunnen worden.


Enkele islamitische geleerden, zoals de geleerden van de Hanafitische wetschool, zijn van mening dat het geen voorwaarde is dat de voogd zijn instemming geeft aan het huwelijk dan wel aanwezig hoeft te zijn, indien de vrouw de volwassenheid heeft bereikt en de echtgenoot een geschikte huwelijkspartner voor haar is. Dit is ook wat opgenomen is in het Syrische wetboek welke gebaseerd is op de Hanafitische wetschool.


Artikel 27: “De huwelijksakte is correct op het moment dat de volwassen vrouw haarzelf uithuwt, zonder de instemming van haar voogd, en de echtgenoot een geschikte huwelijkspartner is. Wanneer niet voldaan is aan deze voorwaarden dan heeft de voogd het recht om de het huwelijk te laten ontbinden.”


Artikel 28: “Een echtgenoot wordt al dan niet als geschikt beschouwd gezien datgene gebruikelijk is (in de samenleving waarin zij leven).”


Het Marokkaans wetboek, dat zich baseert op de Malikitische wetschool en de aanwezigheid en instemming van de voogd als voorwaarde eist, heeft de wet herzien op dit punt in het jaar 2004. Artikel 13 van het Marokkaans burgerlijk wetboek luidt:


“Het is verplicht dat de huwelijksakte voldoen aan de volgende voorwaarden: beiden echtgenoten zijn gerechtigd om in het huwelijk met elkaar te treden;  er bestaat geenszins een afspraak dat de bruidschat komt te vervallen; de aanwezigheid van de voogd in geval van een rechtszitting; dat twee betrouwbare getuigen horen dat er sprake is van een huwelijksaanzoek en de acceptatie ervan; dat het huwelijk schriftelijk wordt bevestigd; dat er geen belemmeringen bestaan die het huwelijk ongeldig kunnen maken.”


Alle wetboeken hebben als voorwaarde opgenomen, opdat de huwelijksakte geaccepteerd wordt en als correct wordt bevonden, dat er sprake is van een duidelijk huwelijksaanzoek en de acceptatie ervan en dat deze mondeling dient plaats te vinden. Dit komt enkel te vervallen op het moment dat men om welke reden dan ook niet in staat is om te spreken. Tevens is het mogelijk dat een van de beide partijen iemand machtigt om in zijn of haar aanwezigheid de huwelijksakte te voltrekken. Het Marokkaans wetboek vermeldt wat dit punt betreft: Artikel 10: “Het huwelijk wordt voltrokken wanneer er sprake is van een huwelijksaanzoek van de ene partij en de acceptatie ervan van de andere partij, zolang dit plaatsvindt met woorden die taalkundig dan wel gebruikelijk gezien op het huwelijk duiden.


De huwelijksaanzoek of acceptatie van degene die niet in staat is om te spreken wordt schriftelijk geaccepteerd, indien hij dat kan, dan wel middels gebarentaal dat begrepen wordt door de andere partij en de twee getuigen (in geval hij niet kan schrijven).” Het Syrische wetboek vermeldt: Artikel 5: “Het huwelijk komt tot stand na het huwelijksaanzoek van de ene partij en de acceptatie ervan door de andere partij.”Artikel 6: “Het huwelijksaanzoek en de acceptatie ervan dient plaats te vinden met woorden die taalkundig dan wel gebruikelijk gezien duiden op het in huwelijk willen treden met elkaar.” Artikel 7: “Het is toegestaan om het huwelijksaanzoek en de acceptatie ervan schriftelijk te laten plaatsvinden op het moment dat een van de partijen afwezig is in de zitting waarin het huwelijk wordt voltrokken.”


In het Iraakse wetboek staat tevens:
“Hoofdstuk twee: de voorwaarden en pilaren van het huwelijk: Artikel 4: Het huwelijk is tot stand gekomen na een aanzoek – wat taalkundig dan wel gebruikelijk hierop duidt – van een van de twee echtgenoten, en de acceptatie ervan door de andere partij. Ook is het mogelijk dat iemand gemachtigd wordt (door een van de twee partijen) om dit te doen.”Artikel 6: “Een huwelijk komt niet tot stand wanneer niet voldaan is aan de volgende voorwaarden:


A. Het aanzoek en de acceptatie ervan vindt plaats in dezelfde zitting
B. Beide echtgenoten dienen elkaars woorden te horen en te begrijpen, namelijk dat het erop neerkomt dat de andere partij in het huwelijk wenst te treden
C. De acceptatie van het aanzoek
D. De getuigenis van twee getuigen die voldoen aan de wettelijke eisen die gesteld zijn voor de huwelijksakte
E.  Dat er geen voorwaarde of gebeurtenis is opgenomen in de huwelijksakte waar niet aanvoldaan is.


Het huwelijk wordt tevens voltrokken op het moment dat de aanwezige man, die in het huwelijk wenst te treden, zijn wens schriftelijk heeft vastgelegd, op voorwaarde dat de vrouw zijn woorden leest of voorleest aan de getuigen en zij de woorden duidelijk horen. Daarna dient zij hen te laten getuigen over het feit dat zij zijn huwelijksaanzoek accepteert.” In tegenstelling tot het islamitisch huwelijk worden de volgende voorwaarden niet gesteld in het burgerlijke huwelijk:


1. De aanwezigheid van getuigen
2. De acceptatie van het huwelijk door de voogd
3. Een gesproken huwelijksaanzoek en acceptatie daarvan
4. Een volmacht wordt niet geaccepteerd in het voltrekken van het huwelijk


Een van de belangrijkste voorwaarden van de islamitische huwelijksakte betreft de schenking van een bruidschat van de echtgenoot aan de echtgenote. Allah de Verhevene zegt namelijk (interpretatie van de betekenis): “En geeft de vrouwen (die jullie huwen) hun bruidschat, maar als zij vrijwillig een deel ervan aan jullie schenken, nuttig het dan zorgeloos en met genoegen.” [Hoofdstuk De Vrouwen,  vers 4].


Deze voorwaarde bestaat niet in het burgerlijk huwelijk. In het islamitisch huwelijk wordt als voorwaarde gesteld dat de vrouw geen direct verwantschap heeft met de man doordat zij directe familiebanden  hebben, gezoogd zijn door dezelfde moeder of dat de vrouw waarmee men in het huwelijk wil treden bijvoorbeeld een schoonmoeder of schoondochter is. Allah de Verhevene zegt namelijk (interpretatie van de betekenis): “Voor jullie verboden (om te huwen) zijn: “jullie moeders, jullie dochters, jullie tantes van vaderskant, jullie tantes van moederskant, de dochters van jullie broers, de dochters van jullie zussen, jullie zoogmoeders, jullie zoogzussen en jullie stiefdochters die onder jullie voogdij vallen en met wier moeders jullie gemeenschap hebben gehad. Maar als jullie nog geen gemeenschap met hen hebben gehad, dan treft jullie geen blaam (om te trouwen met hun dochters), en de vrouwen van jullie (biologische) zonen, en dat jullie twee zussen tegelijkertijd huwen, met uitzondering van wat zich in het verleden heeft voorgedaan, Voorwaar, Allah os Meest Vergevingsgezind, Meest Genadevol.


De profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) zegt ook: “Dat wat verboden is als gevolg van het zogen, is (hetzelfde als wat) verboden is als gevolg van de (directe) familiebanden.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 2645 en Moesliem, nr 1447).


Al-H’aafidh ibn H’adjar zegt: “Dit heeft, volgens de consensus van de islamitische geleerden, betrekking op het huwelijk en wat daarmee gepaard gaat, en dat het verboden is dat het zoogkind trouwt met de kinderen van de zoogmoeder en dat zij gezien worden als de (directe) familieleden, waardoor het toegestaan is om naar haar (en haar kinderen) (zonder dat zij zich hoeft te bedekken), zich af te zonderen afzonderen met haar en haar kan vergezellen tijdens de reizen.” (Fath’ al-Baarie, 2/2248).


Er is sprake van een verbod ten gevolge van zogen als de baby aan de borst wordt gelegd, zoveel drinkt als hij wilt en vervolgens uit eigen beweging de borst los laat. Wanneer dit vijf keer heeft plaatsgevonden, alvorens het kind de leeftijd van twee jaar heeft bereikt, dan gaat het permanente verbod van kracht: het is verboden dat het kind trouwt met de zoogmoeder, een van haar zonen/dochters of de ooms/tantes aan moeders- of vaderskant. Daarnaast bestaan er nog verdere details die te vinden zijn in de islamitische jurisprudentie.


Volgens het burgerlijk huwelijk is het daarentegen niet verboden dat een man trouwt met een vrouw wanneer zij borstvoeding hebben gekregen van dezelfde vrouw. Ook mag hij gewoon trouwen met de dochters van zijn zoogmoeder of haar tantes aan moeders- of vaderskant, terwijl dit verboden is binnen het islamitisch huwelijk, wanneer er sprake is van vijf drinkbeurten in de leeftijd van 0 tot en met twee jaar.


Tevens is het volgens de islamitische wetgeving niet toegestaan dat een man en vrouw in het huwelijk treden op het moment dat de man deze vrouw reeds drie keer heeft gescheiden, tenzij deze vrouw – na de scheiding – een “echt” huwelijk aangaat met een andere man, die binnen dat huwelijk geslachtsgemeenschap met haar heeft, en vervolgens van haar scheidt.

“De scheiding is twee keer (mogelijk), daarna is er (de keus tussen)  terugname volgens redelijke voorwaarden of een scheiding op een goede manier. En het is jullie niet toegestaan om iets terug te nemen van wat jullie hen (de vrouwen gegeven hebben (van de bruidschat), behalve wanneer beide partijen vrezen dat zij zich niet kunnen houden aan de Grenzen van Allah. Als jullie dan vrezen dat zij beiden niet in staat zijn om zich te houden aan de Grenzen van Allah, dan treft hen geen blaam als zij zich vrijkoopt (door de bruidschat terug te geven om zo het huwelijk te laten ontbinden).  Dit zijn de Grenzen van Allah, overschrijf deze dus niet. En wie de Grenzen van Allah overschrijdt, Allah overtreden: zij zijn de onrechtplegers. En wanneer hij (de derde keer) van haar scheidt: dan is zij daarna niet meer toegestaan voor hem (als echtgenote) totdat zij met een andere echtgenote trouwt. Wanneer deze dan van haar scheidt, dan rust er geen zonde op hen als zij weer bij elkaar terugkomen, wanneer zij menen dat zij zich aan de Grenzen van Allah kunnen houden. En dat zijn de Grenzen van Allah die Hij duidelijk maakt aan een volk dat weet.” [Hoofdstuk De Koe, vers 229-230].

Van deze regels is geenszins sprake van binnen het burgerlijk huwelijk.


De gevolgen van het islamitisch huwelijk
De zeggenschap ligt binnen het huwelijk bij de man. Allah zegt:  "De mannen zijn de beschermers/ toezichthouders en onderhouders van de vrouwen omdat Allah de één boven de andere heeft bevoorrecht en omdat zij van  hun rijkdom uitgeven (om  hun echtgenotes te onderhouden) .” [Hoofdstuk De Vrouwen, vers 34].


Het zijn van een beschermer e.d. houdt in dat de echtgenoot de hoofdverantwoordelijke is van het gezin en dat de echtgenote verplicht is om hem te gehoorzamen (in belangrijke zaken),  waarvan het belangrijkste is dat zij gehoor geeft aan haar echtgenoot op het moment dat hij haar roept naar zijn beddengoed. Het is verhaald op gezag van Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) dat de boodschapper (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: “Wanneer de man zijn echtgenote roept naar zijn beddengoed, maar zij weigert te komen, dan zullen de engelen haar vervloeken totdat zij de ochtend bereikt.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie in het hoofdstuk van het Huwelijk, nr. 5193).


- Dat zij niemand zijn huis laat betreden zonder zijn toestemming. Het is verhaald op gezag van Aboe Hoerairah (moge Allah tevreden met hem zijn) dat de boodschapper (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: “Het is niet toegestaan voor een vrouw om te vasten terwijl haar echtgenoot aanwezig is, behalve als hij daar toestemming voor geeft, noch mag zij iemand in zijn huis binnenlaten, behalve als hij daar toestemming voor geeft.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie in het hoofdstuk van het Huwelijk, nr. 5195).


Het burgerlijk huwelijk kent de echtgenoot daarentegen geen bevoorrechte status toe. De vrouw geniet in de Islam belangrijke rechten, de belangrijkste zijn:
- De verplichting dat de echtgenoot over haar spendeert
- Het huren/kopen van een onderkomen dat aansluit bij haar status. De echtgenoot is verplicht om te voldoen aan deze voorwaarde zelfs al is de echtgenote vermogend.


Tegenover deze voorwaarden staat wel dat de vrouw hem er niet van weerhoudt om intiem contact met haar te hebben. “En de moeders dienen hun kinderen twee volle jaren te zogen, voor degene die de periode van het zogen wil volmaken. En op de vader rust de plicht om de vrouw te voorzien van eten en kleding, op een redelijke wijze.” [Hoofdstuk De Koe, vers 233].


In het burgerlijk huwelijk zijn beiden echtgenoten verplicht om zorg te dragen voor de financiën, dan wel degene die beschikt over voldoende financiële middelen, op het moment dat de andere partij niet over voldoende financiële middelen beschikt, zelfs al betreft dit de echtgenote.


De scheiding kan in het burgerlijk huwelijk niet tot stand komen zonder tussenkomst van een medewerker van de gemeente of rechtbank en kan zowel ingediend worden door de man als de vrouw.


Volgens de islamitische wetgeving is het niet toegestaan om te trouwen met een andere man, tenzij de vastgestelde wachtperiode verstreken is, namelijk drie menstruatieperiodes vanaf het moment van uitspreken van de scheiding als indien de vrouw gewoon is te menstrueren. Menstrueert zij niet, om welke reden dan ook, dan neemt zij een wachtperiode van drie maanden in acht, volgens de telling van de maankalender. De wachtperiode van de zwangere vrouw eindigt met het geven van geboorte, ongeacht hoe lang of kort deze periode duurt. Allah zegt: En de gescheiden vrouwen moeten voor zichzelf een wachttijd van drie maandelijkse perioden (maandstonden) in acht nemen.” [Hoofdstuk De Koe, vers 228]. Allah zegt ook: “En degenen van jullue vrouwen die niet meer denken te menstrueren (gezien hun leeftijd) : als jullie (mannen) twijfelen (dan) is hun wachttijd drie maanden. En (dit geldt ook voor) hen die nog niet menstrueren. Voor hen die zwanger zijn geldt de wachttijd totdat zij geboorte geven aan wat zij dragen. En wie Allah vreest, Hij zal voor hem zijn zaak makkelijk maken.” [Hoofdstuk de Echtscheiding, vers 4].

Het burgerlijk huwelijk kent al deze regels daarentegen niet.Wanneer een van de twee echtgenoten komt te overlijden dan erft de andere echtgenoot van hem/haar, volgens de volgende regels:


De echtgenoot erft de helft van wat de echtgenote heeft achtergelaten op het moment dat zij geen kind had met hem of met een echtgenoot uit een voorgaand huwelijk. Had zij wel een of meerdere kinderen met hem, dan erft hij slechts een vierde van wat zij achtergelaten heeft.


De echtgenote erft een vierde van wat haar echtgenoot heeft achtergelaten als hij geen kinderen met haar of een andere echtgenote had. Had hij wel kinderen met haar of een andere echtgenote dan erft zij een achtste van wat hij achtergelaten heeft.

En voor jullie (mannen) is de helft van wat jullie vrouwen nalaten indien zij geen kind(-eren) hebben. En indien zij wel een kind (of meer) hebben, dan is er voor jullie een kwart van wat zij nalaten; na het voldoen van een legaat dat zij hebben nagelaten of een schuld. En voor hen (vrouwen) is er een kwart van wat jullie (mannen)  nalaten indien jullie geen kind(-eren) hebben; maar indien jullie een kind (of meer) hebben, dan is er voor hen (vrouwen) een achtste van wat jullie nalaten ; na het voldoen van een legaat dat zij hebben nagelaten of een schuld.” [Hoofdstuk de Vrouwen, vers 4].

Met “kinderen” bedoelen wij de kinderen die hij verwekt heeft binnen een wettig islamitisch huwelijk en niet de kinderen die hij had via adoptie, aangezien dit verboden is volgens het islamitisch recht. Allah zegt: “En Hij heeft wat jullie jezelf toeschrijven (aan kinderen) niet jullie (echte) zonen laten zijn. Dat zijn jullie woorden uit jullie monden. En Allah spreekt de Waarheid. En Hij leidt naar de (rechte) Weg. Schrijf hen (d.w.z. de kinderen) toe aan hun (echte) vaders, dat is rechtvaardiger bij Allah.” [Hoofdstuk De Bondgenoten, vers 4-5]. De profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) zegt ook: “Het paradijs is verboden voor degene die zichzelf toeschrijft aan een persoon van wie hij weet dat hij zijn vader niet is.” (Overgeleverd door al-Boekhaarie, nr. 6766 en Moesliem, nr. 63).


De regels van erfrecht volgens het burgerlijk wetboek verschillen daarentegen essentieel van de islamitische regels. Tot slot wil ik verwijzen naar het feit dat de Nederlandse staat de islam niet erkend als officiële religie (in het land) en op basis hiervan worden islamitische huwelijksakten niet erkend. Daarnaast verschillen de voorwaarden en gevolgen van de islamitische huwelijksakte essentieel van het burgerlijk wetboek, zoals duidelijk naar voren komt in dit artikel.


Artikel 449 van het burgerlijk wetboek verbiedt weliswaar dat een religieus persoon (dominee, pastoor) een huwelijksakte afsluit alvorens het burgerlijk huwelijk is voltrokken. Echter, dit wetsartikel heeft enkel betrekking op een christelijk persoon aangezien de Nederlandse staat de islam niet erkent als officiële religie en omdat de christelijke religie de huwelijksakte als heilig beschouwd, welke enkel voltrokken kan worden door een pastoor/dominee volgens bepaalde rituelen.


Het islamitisch huwelijk wordt daarentegen voltrokken op de wijze die reeds genoemd is. Bovendien heeft de imam (enzovoort) enkel het recht om zichzelf te huwen (aan iemand anders) en kan hij in een zeer beperkt aantal gevallen optreden als voogd. Wat betreft het bijwonen van de zitting waarin het huwelijk wordt voltrokken, dit is niet verplicht binnen de islam, volgens de unanieme overeenstemming van alle islamitische geleerden. Wordt hem wel gevraagd om aanwezig te zijn dan is dit enkel om er zeker van te zijn dat de huwelijksakte voldoet aan alle islamitische voorwaarden en beide echtgenoten niet vallen in ontucht (doordat niet voldaan is aan de regels). De oproep en verifiëring van het naleen van de islamitische regels kan in dit geval gezien worden als een islamitische fatwa.


Tot slot ben ik van mening dat het niet logisch is dat het burgerlijk recht een seksuele relatie tussen een man en vrouw toestaat, zonder dat er sprake is van een burgerlijk huwelijk, terwijl wanneer een moslim een dergelijke seksuele relatie aan wenst te gaan en dit conform de islamitische regels wenst te doen, door een islamitische huwelijksakte af te sluiten, dat hij verplicht wordt om eerst een burgerlijk huwelijk aan te gaan! Hoe kan deze voorwaarde gesteld worden terwijl reeds laten zien is dat het burgerlijk huwelijk geen voorwaarde is voor het al dan niet aangaan van een seksuele relatie tussen man en vrouw, zoals dit reeds naar voren is gekomen in dit artikel.


Fawaz Jneid